Sinds het midden van de jaren ’80 maakt Onno Boerwinkel pastels.
Pastel(krijt) is een tekenmateriaal dat bestaat uit een mengsel van krijt, Arabische gom en pigment. Het wordt in een mal tot pijpjes geperst, is zacht en breekbaar en wordt door het in stukken te breken met zowel het uiteinde als de vlakke kant op (geprepareerd) papier of karton aangebracht.
Ooit vierde pastel triomfen met namen als Chardin, Degas, Vuillard en Whistler.


In de 20e eeuw valt het pastel – meer dan de aquarel – ten prooi aan amateurs en pseudokunstenaars. De zachte kleuren waren – en zijn – voor velen een zoete verleiding en waar de vormentaal ontbreekt, ontstaat meer kitsch dan kunst.
 

Om de artistieke draad in dit moeilijke en weinig gehanteerde medium weer op te pakken is moed nodig en talent. De kundigheid van een geoefende tekenhand die samenkomt met het inzicht van de schilder. Met recht kan men, vooral in Boerwinkels werk, van pastelschilderijen spreken.

 

Schilderend en laag over laag bouwt hij zijn ( meestal) vrij kleine pastels, op. Ook ‘etst’ hij met burijn of vingernagel in het krijtimpasto, schraapt hij partijen weg om onderliggende kleurlagen tevoorschijn te halen. In het werk van Onno Boerwinkel is het gebruik van houtskool een onmisbaar facet in de uiteindelijke weergave van zijn onderwerp. Het is tevens zijn eigenzinnige en herkenbare toevoeging waar andere pastellisten zich met pastelkrijt alleen bedienen.


Soms is een werk in een paar ‘gelukkige grepen’ voltooid. Vaker is er tussen begin en voltooiing een tijdspanne van maanden waarbij het werk een tijdlang op z’n kop hangt. Zo zijn alleen beeldende elementen (en niet de voorstelling) het criterium voor de balans en het welslagen van een compositie.
Onderwerpen vindt hij in zijn zoektocht door het (meestal) zuidelijke dagelijks leven: mensen op straten en pleinen, in wachtruimtes of terrassen. Daarnaast is het naakt een geliefd onderwerp en zijn processies in binnen- en buitenland een bron van verwondering en inspiratie. 


Dagelijkse krabbels in houtskool in zijn schetsboeken zijn de basis voor het meer doorwerkte proces wat bij het pastelleren in het atelier plaatsvindt. Het een kan niet zonder het ander.